Blijf op de hoogte!

Hier kan u zich snel en eenvoudig inschrijven voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Kristien Hemmerechts

Kristien Hemmerechts

Biografie

Geheel naakt stond Kristien Hemmerechts in het Nieuw Wereld Tijdschrift van februari 2000. Het thema van het nummer was erotiek en Hemmerechts had er geen bezwaar tegen om zich in het tijdschrift van haar overleden echtgenoot Herman de Coninck bloot te geven. Het bleek een aanpak die even sober en trefzeker was als haar stijl: de gehele tijdschrift-oplage was binnen de kortste keren uitverkocht.

Kristien Hemmerechts werd geboren in 1955 in Brussel en groeide op in Strombeek-Bever en Laken. Haar moeder is lerares Latijn, haar vader is journalist die taaltips op de radio gaf. "Er was altijd iets met mijn vader. Hij was anders dan andere vaders. Hij sprak keurig. Als een woordenboek," schrijft ze in het verhaal 'Amsterdam retour'. Het ouderschap zal in diverse verhalen en romans een belangrijke rol spelen, zoals in Kort kort lang uit 1996 en Zonder grenzen uit 1991. "Aangenomen mocht worden dat ze gevoelens had, maar daar liet ze nooit iets van merken tot de dag dat ze het keukenraam en de keukendeur hermetisch afsloot en haar hoofd in de oven legde. Victor had geen medelijden of begrip kunnen opbrengen. Hij had alleen maar doffe woede gevoeld en een bruut verlangen om dat hoofd open te snijden en te kijken wat erin zat."

Hemmerechts studeerde Nederlandse en Engelse taal en literatuur in Brussel en Leuven en specialiseerde zich daarna in de literatuurwetenschap in Amsterdam. Hierna ging ze met Steve, haar man in Londen wonen, waar ze typiste was. Haar eerste verhalen schreef ze nadat ze opnieuw naar België was verhuisd. Nochtans schreef ze ze in het Engels en ze werden gepubliceerd in de reeks First Fictions van uitgeverij Faber and Faber. Geert van Istendael vertaalde ze en later werden ze opgenomen in de bundel Weerberichten uit 1988.

In het begin van de jaren tachtig sloeg twee keer het noodlot toe: na de wiegendood van haar eerste zoontje overleed ook haar tweede kind. Deze gebeurtenis zal ze in 'Sprookje' uit de bundel Kerst en andere liefdesverhalen uit 1992 in een literaire vorm gieten die veel reactie opwekte. "Je had erg gebruld die middag en als we niet op bezoek waren geweest, zou ik je zeker uit de wieg hebben gehaald." Sommige recensenten vielen over deze autobiografische passages, maar ze blijken veel lezers recht in het hart te treffen. Hemmerechts: "Ik heb op een bepaald moment spijt gehad dat ik 'Sprookje' had geschreven, maar de reacties van individuele lezers hebben me van dat gevoel afgeholpen."

Na de scheiding van haar man vestigde Hemmerechts zich in Brussel, waar ze Engelse literatuur doceerde aan de Katholieke Universiteit van Brussel. In 1986 rondde ze haar dissertatie over het leven en werk van de schrijfster Jean Rhys af. In 1989 verhuisde ze naar Antwerpen. In 1987 publiceerde ze haar eerste Nederlandstalige roman, Een zuil van zout, waarvan het manuscript een jaar daarvoor was bekroond met de Driejaarlijkse Prijs voor het Proza van de Provincie Brabant. Het boek over de studente Anna die na de dood van haar vader terugkeert naar het ouderlijk huis, waar ze in herinneringen wordt ondergedompeld, gaat vooral over de onmogelijkheid om met het verleden af te rekenen. De roman laat duidelijk zien waarin het werk van Hemmerechts zich onderscheidt: het gaat bij haar vaak om lijdzame vrouwen die problemen ondergaan zonder er echt over te kunnen praten. Jeugdtrauma's en familiedrama's blijven hen achtervolgen.

Alles is geschreven in een sobere, trefzekere stijl die door critici als Hans Warren en Jaap Goedegebuure wordt geprezen. Hemmerechts werkt in deze roman al veel met flarden brieven en herinneringen die van het verhaal een fragmentarisch geheel maken, dat door de lezer moet worden samengesteld - een techniek die ze later zal vervolmaken in boeken als Zonder grenzen (1991) en Wit Zand. Niet iedereen zal deze verteltechniek waarderen. Johan Diepstraten: "De kritiek is niet dat Hemmerechts ingewikkelde romans schrijft vol perspectiefwisselingen en uitweidingen, maar dat ze nodeloos ingewikkeld zijn."

"Ik denk dat mijn thema het menselijk onvermogen is, de menselijke onmacht," zei Hemmerechts ooit, en dat is duidelijk te merken aan haar eerste twee verhalenbundels, Weerberichten (1988) en 's Nachts (1989), en de roman Brede heupen (1989). Voor deze drie werken krijgt Hemmerechts in 1990 de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap. Zonder grenzen uit 1991 is het eerste boek met een mannelijke hoofdpersoon, Victor. Het is tevens een van haar meest ambitieuze romans, met verschillende verhaallijnen die niet-chronologisch in elkaar overvloeien en met elkaar contrasteren. De vier leden van het uiteengevallen gezin dat centraal staat in dit verhaal worden door het verleden steeds weer bij elkaar gebracht: de moeder die zich nog steeds vastklampt aan haar vader, de kinderen die gescheiden werden opgevoed, de vader met z'n heimelijke liefdes. De onderlinge verhalen lijken telkens dood te lopen, nergens heen te gaan, maar het gebroken gezin houdt het geheel bij elkaar. Hemmerechts houdt van een dergelijke manier van vertellen - suggestief en met veel vervreemdingseffecten - zo zegt ze in een interview. "Mijn boeken zijn geen puzzels waarin alles op zijn plaats valt. Maar ik vind dat er vrij veel wél op zijn plaats valt. Ik heb altijd het idee dat je aan het einde van de rit min of meer weet hoe het in elkaar zit."

Als Hemmerechts in het begin van de jaren negentig met dichter-journalist Herman de Coninck trouwt, is ze een literaire persoonlijkheid geworden met een behoorlijke staat van dienst. Twintig romans, verhalenbundels en essaytitels staan op haar naam. In deze essays zal ze zich uitspreken over alles wat haar in haar fictie beweegt: de gelatenheid van haar personages, de afwezigheid van vaderfiguren, het tussen de regels lezen en de ongemakkelijke seksualiteit. "Zonder taboes zou ik nooit hebben geschreven," schrijft ze in de essaybundel Altijd met uw gezever, gij uit 1996. "Waarom zou ik beelden, metaforen hebben gezocht voor iets wat op elk koffiekransje te berde kan worden gebracht? Fictie staat me toe tegelijkertijd het taboe te overtreden en te respecteren. Ik zeg het en ik zeg het niet."

In 1997 overlijdt haar man, Herman de Coninck, bij de opening van een literair congres. In 1998 zal ze een openhartig biografisch essay over hem schrijven, Taal zonder mij, dat ten onrechte de term 'weduwenboek' opgeplakt krijgt. "Taal zonder mij, genoemd naar een gedicht van Herman de Coninck, gaat niet over de pijn en de rouw van de weduwe, maar is een aangrijpend eerbetoon aan de dichter zelf," schrijft criticus Mieke Anthuenis. Het leven gaat door, evenals het schrijven. Haar roman De tuin der onschuldigen (1999), over drie zussen die naar Spanje reizen en daar langzamerhand steeds meer verdrongen herinneringen ophalen aan hun kindertijd, werd genomineerd voor de longlist van de Gouden Uil. In augustus 2000 shockeerde ze de Nederlandse televisiekijkers door in haar aflevering van Zomergasten een aantal fragmenten uit de horror-pornofilm Monsterfotzen te laten zien. Joost Zwagerman daarover: "Het zichtbare resultaat was een griezelig opgebolde vleespartij die nog het meest deed denken aan een verwaarloosde candida-infectie."

Deel